vrijdag 18 oktober 2013

Kinderboekenweek in Veenendaal

Sprookjesjuf ging net als vorig jaar naar Veenendaal voor de kinderboekenweek, die daar georganiseerd wordt door de Cultuurkoepel. Vorig jaar mocht ik er verhalen komen vertellen. Dit jaar werd ik gevraagd om mijn schmink kunsten te komen vertonen. Ik dacht dat het daarbij zou blijven. Maar ineens was ik onderdeel van een jury. En dat blijft toch altijd een lastige taak. Want ga je voor de mooiste, of let je op leeftijd? Aangezien er maar 1 prijs was besloten we voor de mooiste te gaan.

De kunstenares die de prijs eigenlijk zou uitreiken was verhinderd. Dus mocht ik ook hier nog een rol in vervullen. En daarmee behaalde ik ook nog het plaatselijke sufferdje de plaatselijke krant.

Klik hier voor het fotoalbum van deze leuke culturele zaterdag!!!!

donderdag 17 oktober 2013

Fantasie

Het is toch vreemd dat fantasie altijd wordt gezien als kinderlijk, of een bezigheid die vooral kinderen hebben. Ik heb mijn fantasie altijd als een groot goed gezien. Als je me vroeg wat ik wilde worden was mijn antwoord steevast "kinderboekenschrijfster", dat leek me nuttig, van mijn fantasie mijn beroep maken.

Want mijn fantasie gebruikte ik vooral in spel of om verhalen te schrijven. Dat daarbuiten nog een wereld was die echt was, daar was ik me altijd terdege van bewust. En dat vond ik best wel eens een beetje jammer. Ik had namelijk gehoord van mensen, kinderen vooral, die een fantasievriendje hadden. Dat leek me wel wat. In mijn favoriete boek van dat moment, "Inka's reis naar de maan", had Inka een fantasievriendje die Puck hete en tussen een spleetje in de stoeprand woonde. Hij kwam te voorschijn als ze zich eenzaam voelde. Ik heb wat stoepranden af gezocht opzoek naar een Puck of ander wezen dat zich daar schuil zou houden. Maar mijn fantasie liet mij in de steek. Mijn vriendje kwam nooit zijn huisje uit.

Mijn nichtje is ook heel erg goed in fantaseren. Volgens mijn zusje komt dat door mij, en door haar vader. Want mijn zusje herinnert zich nog heel goed hoe ik haar altijd verhaaltjes voorlas of uit mijn hoofd vertelde. Ik liet haar dan haar ogen dicht doen en ging zelf met mijn ogen dicht naast haar liggen. Ik vertelde haar wat ik zag als ik mijn ogen sloot en probeerde voor haar zo'n zelfde wereld te schetsen. Mijn zusje is acht jaar jonger dan dat ik ben, en hoewel ze volgens mij wel genoten heeft van dat spelletje zag ze nooit iets, hoe ik ook mijn best deed. Dat vond ik best wel jammer.Ik spoorde haar aan beter haar best te doen. Ze kon toch op zijn minst net doen alsof ze iets zag? Ik vond die fantasie zo belangrijk en gunde haar hetzelfde.

Misschien had zij die fantasie niet zo nodig als ik. Op school was ik het domste meisje van de klas.Nu ja, misschien niet echt de domste, er waren nog twee meiden die qua domheid mijn gelijken waren. En juffen, meesters en klasgenoten schroomde zich er niet voor dat gevoel van domheid te versterken. Ik herinner me nog hoe een vriendinnetje aan haar moeder had gevraagd hoe het toch kwam dat ik zo dom was en de rest van de klas niet. Au!

Ik kon niet meekomen met rekenen en spelling. Hoe ik ook mijn best deed, of telkens op dezelfde opgave zat te zwoegen, ik zag het gewoon niet. Begrijpend lezen, daar was ik wel goed in. En in verhalen verzinnen. Zodra er een opdracht was waar iets meer fantasie of creativiteit bij nodig was hadden ze mij ineens nodig. De juffen van groep 8 maakte daar gebruik van om me nog iets van zelfvertrouwen mee te geven. Helaas hadden hun 7 voorgangers m/v al te veel kapot gemaakt. Nog steeds ben ik verbaasd als mensen mij als intelligent omschrijven.

Toen ik 17 was vond mijn fantasie zich vooral in slechte dichtregels. Zoals:

"What would i be, without my fantasy?
My life would be empty."

of

Vandaag was ik Tinkerbell
Ik leefde in een sprookjeswereld
In een wolk van glitters,
Toverde ik glimlachen

Maar al op de terugweg,
Ontwaakte ik
Zoals dat gaat bij sprookjes

Misschien is dat wel wat er gebeurd is. Ik werd wakker in een grote mensen wereld. Fantasie is ineens een vies woord. Behalve dan als het creativiteit genoemd wordt. Dan mag het er wel zijn. Vooral als je beschikt over een creatief oplossend vermogen. Maar je moet er niet in doorslaan, die creativiteit. Want dan val je buiten de boot en hoor je er niet bij. Dan ben je eigenlijk maar een beetje raar. En raar, dat is niet goed.

Ik denk dat ik net zo lang blijf slapen tot de wereld er anders uit ziet bij het ontwaken. Totdat iedereen zijn fantasie de vrije loop laat gaan. En creativiteit weer gewoon normaal is!

Dit blog schreef ik naar aanleiding van de #WOT. (write on thursday) een creatieve schrijfopdracht waarbij verschillende Twitterende bloggers de uitdaging aan gaan om over hetzelfde woord te bloggen. Hoe ze dat doen staat ze vrij. Mee doen kan altijd, hou dan iedere donderdag de hastag #WOT in de gaten! 

dinsdag 15 oktober 2013

Een stadse boom

Voor de godinnencursus moest ik een stapje verder gaan met de medicijnwandeling. Dit keer was het niet alleen de bedoeling dat ik zou gaan wandelen, maar moest ik ook contact maken met een boom. Ik had weinig tijd, en het weer zat ook niet heel erg mee. Toch wil ik mijn opdracht doen. Dus ga ik iets vroeger de deur uit en probeer onderweg naar mijn werk contact te maken met een boom. Ik moet zeggen dat ik wel eventjes het gevoel had dat ik malende begon te worden toen ik de boom tot mij hoorde 'spreken'. Want zat ik me nu niet gewoon van alles in te beelden? Het leverde in ieder geval het volgende dichtsel op.

Een stadse boom
Staat daar, eenzaam
Tussen steen, blik en beton
Zonder vriendjes om mee te spelen

Je hoort hem niet klagen
Er valt genoeg te zien
Metro's razen voorbij, kinderen spelen
Mensen komen en gaan

Soms zou hij alleen, zo graag
Iets minder alleen willen zijn
Even willen kletsen
Met een andere boom

Terug gaan naar zijn roots
Naar wie hij hoort te zijn
Voordat er mensen kwamen
Met hun steen, en hun blik en hun beton

Hij heeft gehoord van bossen
Van beekjes en van meren
Van bladeren op je blote voeten
En wind door je takken

Van plekken zonder uitlaatgassen
Van bloemen en mossen
In plaats van plastic tassen
En verloren rommeltjes

Die stadse boom
Staat daar, krachtig en statig
Hij doet zijn ogen dicht
En droomt, eventjes weg





maandag 14 oktober 2013

Leeftijd

Vorig jaar werd ik 30. Dat was best een dingetje. Want 30 worden, wie wil dat nu? Mijn generatie, die opgegroeid is met televisie series als Ally Mc Beal in ieder geval niet. Want op je 30 hoor je gesetteld te zijn. Je kent het wel, huisje, boompje, beestje, carrière, leuke vrienden, schattige kindjes, de liefde van je leven, die trouwring om je vinger, een hypotheek, autootje voor de deur, tuintje op het zuiden, dat dus.

Omdat we vaak maar een deel van al die dingen hebben en de rest in het honderd laten lopen willen we dus geen 30 worden. Want 30 betekend dat je geen meisje meer mag zijn, dat je volwassen moet doen, mantelpakjes moet dragen en keke schoentjes. En als je al die dingen nog niet doet, dan moet je er dus zo snel mogelijk voor zorgen dat je ze gaat doen! Anders wordt je voor de rest van je leven achtervolgd door baby's die over het plafond kruipen naast Al Green in een unisekstoilet. De horror.

Daarom willen we dus geen 30 worden! Maar voor eeuwig 29 1/2 blijven. Totdat we jarig zijn geweest en we merken dat het allemaal heus zo erg niet is. Dat het feestje leuk was, de wijn goed, de vrienden lief. En dat je morgen ook nog wel kunt werken aan al die doelen die je leven tot een succesvol leven schijnen te maken. Ik dacht dus dat daarmee de kous af was. Dat je die les leert op je 30e om daarna voor altijd te verinnerlijken. Age is just a number.

Maar helaas, ik leerde op Twitter dat die hele ongein gewoon weer begint met 40, en daarna nog een keertje met 50. Misschien zelfs ook wel met 60 of met 70. Maar mensen uit die leeftijdscategorie mis ik in mijn timeline. Ik hoop van harte dat die ellende je dan bespaard blijft. Dat je tegen die tijd wel door hebt dat het allemaal niet zo heel veel uit maakt hoe oud je bent en of je je nu wel of niet naar je leeftijd gedraagt. Dat Al Green je tegen die tijd met rust laat. En je gewoon mag zijn wie je bent.

Voor mezelf heb ik overigens besloten dat ik er nu per direct mee stop. Dat ik dat moeilijke gedoe bij 40 en 50 ook maar gewoon over sla. En vanaf nu overga op totale acceptatie, welke leeftijd daar an ook bij hoort. Oh zo!

(of zoals mijn moeder zou zeggen, je bent interessant op elke leeftijd, of je bent het niet!) 

zaterdag 12 oktober 2013

Kinderloosheid een tabboe?

Toen ik een kind was hadden mijn ouders een vrienden stel, Pim en Marijke. Marijke wilde geen kinderen en ik weet nog dat mij die bewustwording een ongemakkelijk gevoel bezorgde, alsof ze mij daardoor niet leuk zou vinden. Hoewel ze volgens mij wel altijd vriendelijk voor mij en mijn zusjes was.

Ik nam me toen dus voor om wel kinderen te willen. Alsof je opslag een leuker mens zou worden als je een kinderwens zou hebben. Het idee dat ik moeder wilde worden en het liefst een beetje jong was vrij hardnekkig. Op mijn 25e serieus gaan nadenken over kinderen leek mij een zeer goed idee. Toen ik op mijn 21e een serieuze relatie kreeg waren kinderen dan ook vanaf dag 1 zo ongeveer een discussiepunt. Want hoe zouden we dat aan gaan pakken? Een bekende donor? Een onbekende donor? Moet die donor dan wel of geen vaderrol gaan spelen? We kwamen er niet uit. Want ik wilde graag een bekende donor die ook een vaderrol vervulde, ik vond dat mijn kinderen het recht hadden om te weten waar hun DNA vandaan komt. En ik had liever geen kinderen dan dat ik de egoïstische keuze zou maken voor een anonieme donor. Mijn vriendin dacht daar anders over. Bovendien hadden we ook een ander idee over wat een bekende donor dan precies inhield. Ik dacht aan een van mijn vrienden. Zij dacht aan een van haar mannelijke familieleden. Zo'n dubbele rol leek mij voor mezelf al veel te verwarrend, laat staan voor een kind. Ik ben je oom, maar ook je vader. Ja, natuurlijk!

Daarnaast had het ons vanaf het begin niet meer dan logisch geleken dat ik zou het kind zou gaan "dragen". Ik was jonger, vrouwelijker en bovendien was mijn kinderwens groter. Niet meer dan logisch. Maar ineens besloot mevrouw dat zij de draagmoeder wilde zijn. Niet omdat ze nu zo graag een kind wilde dragen, maar omdat ze zich niet voor kon stellen dat ik daartoe in staat zou zijn, en bovendien was het wel een goed excuus om nog langer lekker thuis te kunnen zitten.

Vlak voor ik 25 werd ging het niet zo goed in onze relatie. Ik denk dat het idee van die dreigende kinderwens haar te veel werd. Althans, op mijn 25e verjaardag gaf ze me te kennen dat ik misschien mijn geluk maar beter elders kon zoeken. Want ze wilde ze niet meer, die kinderen. Natuurlijk had ik dat wel aangevoeld. En ook dat als het niet nu zou gaan gebeuren het waarschijnlijk nooit meer zou gaan gebeuren. Dus maakte het voor mij niet zoveel uit of ik nu met of zonder haar die kinderen niet zou krijgen. Maar zij had het idee dat ze mijn geluk in de weg stond. Dat ik moeder moest worden. Waarom ze precies mijn verjaardagsetentje uit koos om die boodschap over te brengen is me nog steeds een raadsel.

Hoe dan ook, die kinderwens verdween. Ik wilde niet nog eens iemand zo dichtbij laten komen. Ik wilde me niet meer zo op laten sluiten in een contact. Ik had vrijheid nodig en realiseerde me dat ik met een kind alleen maar meer opgesloten zou zijn dan ik nu al was geweest. Nooit heb ik er spijt van gehad. Nooit heb ik gedacht had ik nu toch maar.....

Ook toen mijn zusje beviel van mijn nichtje had ik geen gevoel van, was ik dat maar. Of toen mijn andere zusje zwanger werd. Of als ik een dagje met mijn nichtje doorbreng. Ik vind het heerlijk hoor, begrijp me niet verkeerd. Dat kleine meisje dat mij zo vol vertrouwen aankijkt, denkt dat ik weet hoe heel de wereld werkt. Maar die me ook weer echt laat kijken naar de dingen. Want dat kunstwerk? Waar is dat nu precies van gemaakt? Het voelt niet als hout, maar het klinkt wel als hout. Ik ben gek op haar, kan niet in woorden omschrijven hoeveel ik van haar hou. Maar ze zorgt er niet voor dat ik ook perse moet.

Oke, een keer, toen ik een soort van iets had met iemand die zelf twijfelde of hij nu wel of niet vader wilde worden, en de tijd qua leeftijd voor zijn gevoel voor hem begon te dringen, toen heb ik me afgevraagd hoe het zou zijn. Een kindje. Maar eigenlijk kon ik me er niet zoveel bij voorstellen.

Mijn vrienden en vriendinnen zijn over het algemeen ook in meedere of mindere mate bewust kinderloos. Als gay m/v zit het nu eenmaal wat ingewikkelder in elkaar om een kindje te krijgen. Het gaat niet vanzelf. Ik had dus eigenlijk helemaal niet door dat het een taboeonderwerp is. In een meer heteronormatieve omgeving dan. Totdat ik op Twitter iemand leerde kennen die alleen maar blogt over haar twijfels over het moederschap. En wat dat met haar, haar partner en haar omgeving doet. Het bleek voor haar een groot taboeonderwerp te zijn.

Even voelde ik me bevoorrecht. Dat ik alleen op mijn werk en bij 1 vriendin constant de vraag krijg of ik niet ook eens aan de beurt ben. En oke, mijn partner van het moment denkt ook dat ik mijn tijd verdoe, door kinderloos bij hem te blijven. Hij vind dat ik mijn vleugels moet uitslaan en moeder moet worden van een schattig kindje waar ik dan een hele leuke moeder voor zou zijn. En ik weet dat ik inderdaad een leuke moeder zou zijn. Maar moet ik alleen om die reden een kind nemen?

"Mam, waarom ben ik eigenlijk geboren?". "Nou lieverd, zodat ik een leuke moeder kan zijn". Dat spoort toch niet?

Ik sluit niet uit dat ik ooit weer wel het gevoel krijg van nu moet het, het is nu of nooit. Ik sluit niet uit dat de kinderwens ooit weer terug komt. Maar ik sluit ook niet uit dat dat niet meer gebeurd. Ik geloof dat er altijd meerdere mogelijkheden zijn om een leven te leven. Door omstandigheden heb ik gekozen voor dit leven. En dat leven bevalt me. Ik heb geen spijt van keuzes die ik al dan niet gemaakt heb. En denk dat ik inmiddels oud genoeg ben om in te kunnen schatten hoe dat in de toekomst gaat zijn. Ik denk niet dat ik ooit wel spijt ga krijgen. Daarvoor geniet ik te veel van het nu, van hoe mijn leven is. Bovendien sta ik mezelf altijd toe om van gedachten te veranderen. Daar ben ik werkelijk flexibel in. Ik denk dat dat een grotere sleutel naar geluk is dan je vastbijten in oude ideeën en idealen die dan achteraf helemaal niet zo ideaal blijken te zijn!

vrijdag 11 oktober 2013

ode aan het zelf

Heej jij, weet je nog? Dat je vier was, en voor het eerst het podium op mocht voor een balletvoorstelling? Je was een verlegen kleuter, maar op dat podium gebeurde er iets bijzonders met je. Ze hadden je verteld dat je het hele podium moest gebruiken. Niet zomaar een beetje achteraan moest blijven hangen. En dat nam je erg serieus. Je nam je plek in, en het liefst was je over de lijn, waar je niet voorbij mocht komen gedanst, zo het publiek in. Je had niet door dat je doordat je zo je ruimte in durfde te nemen, doordat je zo goed geluisterd had naar de adviezen van de grote mensen om je heen je dat publiek daadwerkelijk in danste. Recht de harten van de mensen in, die ook wel zagen dat daar iets bijzonders gebeurde. Dus toen jij van dat podium afkwam, straalde van trots, maar ook langzaam je verlegen zelf weer werd, overdonderde dat publiek dat met jou wilde praten je een beetje. Jij had helemaal niet door dat je iets bijzonders deed. Je deed gewoon wat je moest doen. Weet je dat nog?

Dat lieve Laura, is jouw grootste kracht! Je doet omdat je ingegeven wordt dat je moet doen, en waar het vandaan komt, dat weet je zelf ook niet helemaal. Je vind het normaal, ziet niet wat anderen daar zo bijzonder aan vinden, want als jij het kan, als jij het kan bedenken, dan kan iedereen dat toch?

Het is je al vele keren overkomen dat mensen beweerden dat ze iets van je geleerd hadden, of dat jij een of ander talent had. En jij? Jij keek ze iedere keer met grote ogen aan? Jij had iemand iets geleerd? Iemand een nuttig advies gegeven? Een inzicht ingefluisterd? Een bijzonder talent laten zien? Maar wanneer dan precies? Het was toch allemaal heel gewoon geweest? Kijk nu maar niet of je het niet herkent, want het gebeurd je nog steeds. Ik weet dat.

En ja, je hebt gelijk, je had gelijk het is heel gewoon, voor mij, voor jou, maar niet voor een ander. Ik hoop dat je dat in de toekomst leert zien. Je hoeft niet zo onzeker te zijn over je eigen kunnen. Wat jij kunt is niet vager dan wat een ander kan. Voor iedereen is zijn of haar talent iets gewoons. Iedereen heeft het idee zomaar iets aan te rommelen in de marge. Gewoon te doen wat er van ze verwacht wordt. En vaak gebeuren dan hele bijzondere dingen. Jij ziet dat, van iedereen, maar niet van jezelf.

Wie je nu bent? Ik weet het niet.Nu ja, ik heb wel een vermoeden, mij maar dan ouder. Als je maar weet, dat dat meisje van 4 altijd in jou is blijven wonen en in jou heeft geloofd. Er altijd voor heeft gezorgd dat je over de lijn heen danste. Recht de harten van anderen in. Ik hoopt dat je nu op een punt bent, dat je daarna je verlegen zelf niet meer hoeft te worden. Maar dat jou zelf met opgeheven hoofd kan zeggen, ja, ik danste over de lijn, want daar vind ik het fijn, probeer het maar eens.

Weet dat er misschien wel lichtjaren van nu, iemand een ode aan jou schrijft, aan het zelf dat jij bent, dat ik ben. Omdat jij het waard bent dat gelukzalige gevoel van gewoon zijn en dat dat zijn dan op de een of andere manier ook voor anderen prettig is, steeds weer te mogen ervaren!

donderdag 10 oktober 2013

Opvoeden doe je samen

Opvoeden. Het is mijn werk. Want ik ben geworden wat ik nooit wilde worden. Pedagogisch medewerker kinderopvang. Vroeger was je gewoon leidster, maar dat was niet gewichtig genoeg. Dus nu zijn we pedagogisch medewerksters. Dat klinkt alsof je er verstand van hebt. Alsof je meer bent dan alleen maar lief, meer dan alleen maar oppas. Alsof je kunt opvoeden, want je hebt er een diploma voor.

De waarheid is dat het voor ons ook steeds puzzelen is. Met elkaar. Als je geluk hebt ook met ouders, of juffen. Want opvoeden, dat doe je niet alleen. "It takes a village to raise a kid". Een zinnetje dat Hillary Clinton in 1996 gebruikte om aan te geven dat opvoeden niet alleen een zaak van ouders is. Maar van een hele maatschappij. Wij hebben allemaal een voorbeeldfunctie, iedere dag weer. Of we nu ouder zijn, juf, pedagogisch medewerker of gewoon op straat lopen. Alle indrukken die een kind opdoet zullen het vormen. En natuurlijk, hoe belangrijker de rol van een persoon in het kinderleven, hoe groter de impact. Als een wild vreemde door rood loopt, snapt het kind op een bepaalde leeftijd dat dat een stoute meneer kan zijn, die gewoon niet zo goed weet hoe het hoort. Als papa door rood loopt is dat echter een ander verhaal. Om maar met een stom voorbeeld te komen.

Maar het puzzelen zit hem niet alleen in wie verantwoordelijkheid is voor wat, die zit hem ook in de kinderen zelf. Want ieder kind is uniek en vergt een andere aanpak. Iedere leidster is bovendien ook uniek. En iedere dag is ook uniek. Iets wat je vandaag prima kunt hebben, kan morgen weleens heel anders vallen. Omdat je net gehoord hebt dat je moeder heel erg ziek is bijvoorbeeld. Omdat je met je verkeerde been uit bed bent gestapt. Of omdat je konijn is overleden.

Datzelfde kan voor het kind gelden. Het kan net ruzie gehad hebben met een vriendje of vriendinnetje, een toets niet zo goed gemaakt hebben of een rot weekend gehad hebben. Allemaal factoren die gedrag beïnvloeden. Om nog maar te zwijgen over persoonlijke normen en waarden, referentiekaders zo gezegd. Die ook weer per individu verschillen. Dat is immers wat ze zo persoonlijk maakt.

Opvoeden, ik heb er voor geleerd, ben er dagelijks heel veel mee bezig, maar als het puntje bij paaltje komt voel ik me vaak net een ouder. Ik doe maar wat, en het lijkt aan te slaan. En natuurlijk ik weet heus wel waarom ik bepaalde dingen doe zoals ik ze doe. Ik heb er heus wel over nagedacht. Maar niet constant de hele tijd. Soms dan handel je gewoon uit gewoonte, of spontaniteit.

Daarom is de VIB (video interactie begeleiding) zo leuk. Als je jezelf op film terug ziet, beeldje voor beeldje, iedere handeling analyseert, en er iemand met je mee kijkt, die daar dan weer voor heeft geleerd, dan kun je nog veel van jezelf leren. Je ziet het effect van de dingen die je bedacht had, maar ook de dingen die zo ingesleten zijn dat je ze bijna onbewust doet. Je ziet jezelf opvoeden. Word gewezen op je aandachtspunten en bevestigd in dat wat je vanzelf af lijkt te gaan. Nee, opvoeden, doe je niet alleen!