zaterdag 9 november 2013

Transgender

14 april 2011

Nog voordat een van mijn beste vriendinnen vertelde eigenlijk geen vriendin te zijn.

In Apollo is een themacafé over Transgenders. Niet een onderwerp waar ik direct iets mee heb, maar een van de spreeksters is een vriendin van een vriend van mij. En vriendinnen van vrienden moeten gesteund worden zeker als ze over zo’n moeilijk onderwerp gaan praten. Kennelijk waren er meer mensen die daar zo over dachten want het zit goed vol en gaandeweg de avond komen er steeds meer mensen bij.

De vriendin van een Raafje doet haar verhaal. Ze verteld hoe ze vroeger een stoere jongen was geweest, omdat ze zich een houding probeerde aan te meten maar dat ze zich eigenlijk nooit lekker voelde in die rol, er klopte iets niet. Hoe ze via Kelly op televisie ontdekte wat er niet klopte, ze zat in een verkeerd lichaam. Daarna volgde een slopend proces van naar winkels toe gaan om meisjes kleren te kopen maar toch met lege handen weer terug te gaan. Tot ze uiteindelijk een keer wel durft en meteen voor 200 euro aan make-up koopt en bovendien ook nog aan het winkelmeisje verteld dat het voor zichzelf is. Het meisje reageert, gelukkig, goed en er volgen meer aankopen. Stiekem in zijn kamer verkleedde hij zich tot wat hij nu is, een meisje. Maar het kon natuurlijk niet eeuwig stiekem door gaan. Dus werd het verteld aan moeder en zusjes die gelukkig ook open minded reageerden. Hierdoor gesteund kon hij naar de juiste instanties bellen en begon er een proces van psychelogische tests, een jaar lang als meisje leven en uiteindelijk de operatie. Zo komt het dat we nu luisteren naar een prachtige, stoere vrouw! Er is lef voor nodig om zo openhartig voor een groep te spreken. Veel dingen die ze verteld klinken herkenbaar omdat ze overeenkomen met een “gewone” coming out. Maar als je homo, lesbisch of bi bent houd het op na die coming out. Hier begint het dan pas echt.

Ze vertelde hoe ze als man al in de kinderopvang had gewerkt en hoe moeilijk ze het vond om als vrouw weer terug te keren. Zeker als invalkracht. Iets waar ik me heel goed iets bij kan voorstellen. Het is sowieso al lastig hoe collega’s, kinderen en ouders op je reageren als je invalkracht bent, laat staan als er iets anders dan anders aan je is. Maar ze zet de stap en het blijkt mee te vallen, inmiddels heeft ze een leuke baan op een BSO. Mijn netwerkantennes reageren meteen.

“Wat leuk dat je op een BSO, werkt, dat wist ik helemaal niet”. Begroet ik haar dus in de pauze. Ze verstaat me verkeerd en zegt “Ja natuurlijk kan dat”. Iets dat mij overduidelijk lijkt, je veranderd van geslacht, je bent niet ineens gehandicapt, het lijkt me dat je alles wat je daarvoor ook kon, en dat niet geslacht specifiek is nog steeds kunt. “uhhu, roep ik, maar ik wist het niet, ik vind het leuk”. Verbaasd kijkt ze me aan. “Maar Laura, we hebben samengewerkt, weet je dat niet meer”. Ik graaf in mijn geheugen, maar ik ken niemand die me aan dit meisje doet denken. Dan noemt ze me haar oude naam en vallen puzzelstukjes op zijn plaats. Het was een stagiair geweest op een andere vestiging, die wegens persoonlijke problemen was vertrokken. Niemand had ooit naar de aard van die problemen gevraagd, dat had ongepast geleken. Even voel ik me zo stom. Al een jaar lang moet ze gedacht hebben dat ik wist wie ze was, en al die tijd wist ik van niets. Nu ik terug reken moet het wel heel vlak na de operatie geweest zijn dat ik haar leerde kennen. Wat moet dat moeilijk voor haar geweest zijn. En wat ben ik onopmerkzaam geweest. Dan weten vrienden relativerende dingen te zeggen. Ze ziet het vast als een compliment, dat jij haar niet herkende moet wel zeggen dat de operatie goed gelukt is. Laten we dat dan maar hopen!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen